Geboren te Turnhout juni 1968 Reeds op heel jonge leeftijd leerde ik mijzelf schilderen. Toen ik nog een ukje was kreeg ik van mijn vader een mooi tafeltje, helder wit, dat hij zelf gemaakt en geschilderd had. 'Als speeltafeltje', zo werd het omschreven. Zoonlief had de werkzaamheden van vader aandachtig gade geslagen, en was van mening dat hij dat schilderen zelf beter kon. En dat moet het begin zijn van mijn lange schildersloopbaan, het mooie witte tafeltje werd met pekzwarte glanslak overschilderd, op zeer artistieke wijze weliswaar, samen met 'de kunstenaar' en alle omringende voorwerpen. Enkele jaren later... Om zoonlief toch enigszins nuttig bezig te houden, mocht hij naar de tekenacademie gaan, daar, zo bleek uit schoolschriften, tekenen het enige was waarmee hij zich echt nuttig hield tijdens de lessen. En eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen, ik wou toen echt wel striptekenaar worden. Cartoons begonnen me op te vallen, en vaak ook te inspireren tot het maken van eigen creaties. Ondertussen was ik ook van school veranderd, het college had plaats geruimd voor een vrijere, maar toch nog steeds 'deftige katholieke' technische school, waar ik voor meubelmaker ging studeren. Een keuze waarvan ik nu, al heb ik er in praktijk nooit veel mee gedaan, nog steeds geen spijt heb, de handvaardigheden en technische doorzichten daar opgedaan, zijn tot nu toe al vaak van pas gekomen. Maar wat mij binnen die opleiding het meest is bijgebleven zijn de lessen kunstgeschiedenis, gegeven door een leraar die zelf uit de oudheid of de middeleeuwen zou kunnen afstammen, afgaande op zijn ideeën over opvoeding. Los daarvan ging zijn voorkeur vooral uit naar de latere ontwikkelingen in de kunstgeschiedenis, op gebied van bouw- en meubelstijlen was hij gek van de Bauhaus-stijl, op gebied van schilderen ging zijn voorkeur uit naar alles wat gemaakt werd door en vanuit de COBRA-beweging, in zijn ogen de meest dynamische en vernieuwende stijl binnen de kunstgeschiedenis. En, al waren leerkrachten niet mijn beste vrienden, het mag gezegd worden dat het animo waarmee deze mens zijn lessen kracht bijzette, oversloeg op de jonge mens die ik toen was. Vanaf toen ruimde straat en tv steeds meer en meer plaats voor bibliotheekbezoek, waar ik zoveel mogelijk trachtte te leren over schilderen in het algemeen, maar vooral over de Cobra-beweging. De kracht en de dynamiek, en de eenvoud waarmee zij vaak te werk gingen werd een grote inspiratiebron voor wat ik met mijn verdere leven wilde doen. Een andere grote inspiratiebron, door vader onbewust ingegeven, was muziek. Waar de ouders van leeftijdsgenoten vaak luisterden naar klassieke muziek of naar 'zachte muziek' zoals Duitse schlagertoestanden ed., joeg mijn vader vaak de Beatles, de Rolling stones en hardere toestanden door de boxen. Groepen als de Velvet Underground, The Stooges en vele andere uit hetzelfde genre, begonnen mee te spelen in mijn manier van kijken naar het leven. De dingen waar zij over zongen stonden dichter bij mij dan vele 'hitparadesongs' uit die tijd, die dan ook niet konden bekoren of vervoeren. Het begon ook deel uit te maken van mijn leven, een stuk dat nog steeds van groot belang is, en wat nog altijd een groot beleven is. Niet enkel de muziek uit de jaren zestig, uiteraard was er een evolutie, maar nog steeds ben ik steeds op zoek naar muziek waarvan de stemmen, het gitaarspel of de teksten mij in een zekere beroering kunnen brengen. Ondertussen was er ook nog steeds de academie, waar ik stilaan een richting mocht kiezen. En met al het voorgaande in het achterhoofd, werd de keuze van cartoonist hoe langer hoe meer verdrongen door het idee om te gaan schilderen, om beelden te maken van al die ideeën die zich in mijn hoofd vormden. Toch ben ik eerst twee jaar cartoons gaan tekenen en animatiefilms gaan maken, wat leuk was, en boeiend, maar uiteindelijk niet wat ik zocht. In het 'gewone onderwijs', drong zich ondertussen een keuze op, verder studeren of werken. Daar werken op dat moment niet echt mijn ding leek, veel te jong en veel te vroeg voor zoveel verantwoordelijkheid, ging ik verder studeren. En het spreekt misschien een beetje voor zich maar de keuze viel op schilderen, het liefst zou ik gekozen hebben voor een kunstenaarsbestaan. Goede raad van vader en moeder deden me echter kiezen voor een meer toegepaste richting, publiciteit, dit zou meer zekerheid brengen dan het bestaan als kunstenaar. Waren alle rijke kunstenaars immers geen dode kunstenaars? Deze studiekeuze is nooit beëindigd, het bleek niet mijn dada. Na het stopzetten van deze studies nog wel even in een grafische afdeling van een drukkerij gewerkt, maar het bleek helemaal niet wat ik zocht in het leven, er moest een meer vrijere manier van toepassen zijn. Na de, toen nog verplichte legerdienst, die vooral een verloren tijd was, ben ik toen opnieuw gaan studeren, orthopedagogiek, wat weer mijn kijk op leven veranderde, en ervoor zorgt dat ik kan leven binnen een 'regime' dat mij voldoende vrijheid en tijd laat om te schilderen, om beelden te vormen van de dingen die indrukken op mij nalaten. Mede door de opleiding publiciteit zijn andere kunstvormen, zoals fotografie en vrije grafiek, ook meer en meer binnen mijn vaarwater gekomen. Deze worden met plezier gehanteerd, maar zullen nooit de bovenhand hebben, en het zal ook niet snel gebeuren dat er mengvormen gaan ontstaan tussen de verschillende disciplines, voor mij blijft schilderen nog steeds het hoofdalternatief De thematiek van de werken vloeit vaak voort uit muziek... Flarden van teksten, titels, maar soms ook interpretaties van stukken, kunnen aan de grond van een schilderij liggen. Vaak worden ze weergegeven op een heel directe, bijna impulsieve wijze, geschilderd met acrylverf als medium, omdat dit zich uitstekend leent tot een snelle werkwijze in lagen, die allen op zich snel drogen. De kleuren laten zich vaak goed mengen, maar blijven bij overschildering vaak zichtbaar. Het lijkt alsof verschillende tekeningen over elkaar worden gemaakt. Wanneer de acryltekening klaar lijkt wordt er vaak, doch niet altijd, overheen gewerkt met pastelkrijt, wat brute krachtige lijnen geeft. De eerste schilderijen die door mij werden gemaakt zijn van een heel andere orde... Hele kleine aquareltekeningen, bijgewerkt met Chinese pen, grote werken op papier in twee kleuren, zwart en wit, met meestal een heel lugubere achtergrond. De kleine tekeningen waren vrolijker van thema, maar weerspiegelden een veel jongere kijk op het leven en op schilderkunst als wat ik nu schilder. Later begon ik te experimenteren met meer kleuren, vooral met olieverf. Deze leende zich echter niet tot het einddoel, veel geduld moest ik kunnen opbrengen om met dit medium te werken. Er moest iets zijn dat sneller werkte, vlugger droogde en zich toch gemakkelijk laat mengen. En zo ben ik bij acrylverf gekomen, een verf die volgens mij nog steeds een beetje te kunstmatig overkomt, ze heeft niet diezelfde gloed, of hetzelfde 'vivre' als olieverf, maar de voordelen wegen voor mijn manier van werken op tegen de nadelen. Ook de thema's veranderden, met ouder te worden begonnen er vrolijker thema's te komen, vaak wel abstracter weergegeven. De duidelijkheid van de eerdere tekeningen, het 'cartooneske' van dat werk verdween, en de huidige manier van schilderen is hier nog steeds het resultaat van.